20-21 maart 1744 -›

Hertogin Maria Anna van Oostenrijk was uit liefde met prins Charles Alexander van Lotharingen getrouwd.

De komeet van 1744 was in december 1743 al ontdekt door de Haarlemse landmeter en amateur-astronoom Dirk Klinkenberg. Sinds de aanvang van 1744 was de staart steeds helderder geworden en uitgegroeid tot een lange waaier van vijf - sommigen beweerden zelfs zes - staarten. Van 5 tot 9 maart was alleen de fel oplichtende waaier boven de horizon zichtbaar. Daarna was het voorbij. Afbeelding boven: de komeet zoals die eind februari werd bekeken in Augsburg. Onder: de waaier van staarten boven de horizon.
De komeet van 1744 was in december 1743 al ontdekt door de Haarlemse landmeter en amateur-astronoom Dirk Klinkenberg. Sinds de aanvang van 1744 was de staart steeds helderder geworden en uitgegroeid tot een lange waaier van vijf - sommigen beweerden zelfs zes - staarten. Van 5 tot 9 maart was alleen de fel oplichtende waaier boven de horizon zichtbaar. Daarna was het voorbij. Afbeelding boven: de komeet zoals die eind februari werd bekeken in Augsburg. Onder: de waaier van staarten boven de horizon.

Maria Anna en Charles (Nijmegen -› Tilburg)

Vermits het Water zo hoog was...
“Het Doorlugtig Paar kwam op den twintigsten Maart binnen de Stad Graave, met voornemen om den volgenden dag herwaars te komen, doch vermits het Water rontsom ’s Hertogenbosch thans zo hoog was, dat geene Rytuigen de Stad naderen konden, besloten zy van weg te veranderen.” Uit: ‘Historie der Stad en Meyereye van ‘s-Hertogenbosch’ door Johan Hendrik van Heurn, deel 4.

Sprookjeshuwelijk getroffen door ‘aangekondigd onheil’

-› -› -› Als je al niet bijgelovig was, zou je het er wel van worden. Ook in ‘s-Hertogenbosch werd het ontwakende geloof in de Verlichting bij de aanvang van het jaar 1744 weer eens danig op de proef gesteld. ‘De Staartster, die zig thans vertoonde, en wiens eerste ontdekking, op den negenden December des voorgaanden Jaars geschiede, werd ook hier ter Stede gezien’, schrijft de Bossche stadshistoricus Johan van Heurn 34 jaar later. Hij voegde eraan toe: ‘Men vond alhier nog veele Lieden, die ongegrond, dit Verschijnsel als een voorbode, van naderende Oorlogen, en Rampen, aanmerkten.’

 

Nauwelijks was men van de opwinding bekomen, of er diende zich een volgend evenement aan, dat de Bosschenaren de gedachten aan naderend onheil even deed vergeten. Maar niet voor lang.

De jonge regentes van de Oostenrijkse Nederlanden, hertogin Maria Anne van Oostenrijk, en haar gemaal prins Charles Alexander van Lotharingen, waren voornemens tijdens hun huwelijksreis de honderd jaar eerder verloren gebieden van de Meierij van ‘s-Hertogenbosch en de Baronie van Breda – intussen wingewesten van de Noordelijke Nederlanden – aan te doen. Het paar lag bij voorbaat goed bij de bevolking, want Maria Anna had tegen de zin van  haar vader voor Charles Alexander gekozen. Uit pure liefde wel te verstaan, wat in adellijke kringen, waar huwelijken doorgaans door politieke motieven werden ingegeven, geen vanzelfsprekendheid was.

Op 20 maart arriveerde het paar met een enorm gevolg vanuit Wesel via Nijmegen in Grave om de volgende dag over Heesch door te reizen naar ‘s-Hertogenbosch. De gouverneur van ‘s-Hertogenbosch had alles in gereedheid laten brengen voor een daverende ontvangst. Maar de stoet, bestaande uit honderden ruiters en meerdere koetsen, bleef in Grave vanwege wateroverlast rondom ‘s-Hertogenbosch. Bij hoogwater liepen daar de wegen onder en kon de stad per koets niet meer worden bereikt.

Voor de Bossenaren, die langs de route door de stad het paar zouden toejuichen, en het stadsbestuur, dat in het stadhuis zijn opwachting maakte, waren de druiven zuur. Als goedmakertje kreeg de bevolking, die ’s middags en ’s avonds vergeefs in touw was geweest, van het stadsbestuur 32 vaten bier, ‘om die, in hunne Boomgaarden, uit te drinken’.

De hoge gasten, die vastzaten in Grave, besloten het een dagje aan te zien, maar daar het water voorlopig niet zakte, werd besloten de reis om te leiden via Nistelrode, Vorstenbos, Schijndel en Boxtel. Daar bracht men de nacht door om de volgende ochtend via Tilburg naar Breda te reizen.

 

Er rustte sowieso geen zegen op het sprookjeshuwelijk. In oktober van hetzelfde jaar beviel Maria Anna van een doodgeboren kind. Ze herstelde niet van het kraambed en overleed in december.

 

Degenen die in de staartster van begin 1744 een aankondiging van naderend onheil hadden gezien, voelden zich daarin bevestigd door de treurige lotgevallen van het geliefde paar.