1425 -›

Een portret van burgemeester Jordan Pleskow is helaas niet bekend. Wel is zijn zegel bewaard gebleven.
Een portret van burgemeester Jordan Pleskow is helaas niet bekend. Wel is zijn zegel bewaard gebleven.

Jordan Pleskow (Nijmegen -› Antwerpen)

Aus den Itinararen ersichtlich
“Der Umweg über Meppen, den Jordan Pleskow, wie erwähnt, im Jahre 1425 auf seiner reise nach Flandern einschlug, läßt sich dagegen als Handelsweg nicht nachweisen. Der weitere Verlauf der Straße über Nordhorn, Ootmarsum, Goor, Holten, Deventer, Arnhem, Nijmegen, Grave, ‘s-Hertogenbosch, Tilburg, Hoogstraten, Antwerpen und Eeckloo nach Brügge is aus den oben angeführten Itineraren ersichtlich…” (Friedrich Bruns, 1896.)

De ‘Flämische Straße’: westelijke levensader van de Hanze

-› -› -› Hoofdstad van de Duitse Hanzebond was Lübeck. Een van de vier Lübecker burgemeesters, Jordan Pleskow, zag er niet tegenop persoonlijk de leiding te nemen van gezantschappen, die naar de omliggende Europese handelssteden reisden om over de handelsvoorwaarden te onderhandelen.

 

Wegtransport ten tijde van de Hanze
Wegtransport ten tijde van de Hanze

In 1425 trok hij met een delegatie van Lübeck naar de belangrijkste handelspartner in het westen, Brugge. Als sinds de 12e eeuw was deze stad hét knooppunt van de handel met het welvarende Vlaanderen en Brabant en springplank over de Noordzee naar de Engelse handelssteden.

Aanvankelijk werden de goederen hoofdzakelijk met schepen van en naar deze contreien vervoerd, maar in de loop van de 14e eeuw had ook het transport over de weg een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt.

De delegatie reisde dan ook via de Flämische Straße, hoofdverbinding over land tussen de Hanzesteden in Noord- en Midden-Duitsland en Vlaanderen. Het reisverslag (Itinerar) is bewaard in de archieven van Lübeck, en vermeldt voor de heenreis achtereenvolgens: Hamburg, zu Blankenese auf der Fähre, Stade, Bremervörde, Bremen, Delmenhorst, Wildeshausen, Kloppenburg, Haselünne, Meppen, Ootmarsum, Holten, Deventer, Arnhem, Nijmegen, Grave, ‘s-Hertogenbosch, Tilburg, Hoogstraten, Antwerpen, Hasewinkel, Eekloo, Brugge. De terugreis ging nagenoeg langs dezelfde route met dien verstande dat de omweg tussen Ootmarsum en Nordhorn via Meppen nu werd vermeden.

Het verslag van 1425 is de oudst bekende beschrijving van de route in de archieven van de Hanze en ze komt overeen met diverse andere reisverslagen die in het verdere verloop van deze ‘Gouden Eeuw van de Hanze’ nog zouden volgen.

Een kleine honderd jaar later in 1516, kort voordat de Neurenbergse kunstenaar Albrecht Dürer een deel van dezelfde route in het dagboek van zijn reis door de Nederlanden zou optekenen, reisde wederom een Lübecker onderhandelingsdelegatie over de Flämische Straße naar Brugge. De route was niet anders. Nu werden enkele extra tussenliggende locaties in de Nederlanden vermeld: het veer over de Maas bij Grave, Hees, Baarle en Sint-Lenaarts.

 

Uit de periode vóór 1425 zijn niet zulke nauwkeurige beschrijvingen bekend. Wel weten we dat de Flämische Straße ook in de 14e eeuw al een hoofdverbinding vormde. We mogen ook aannnemen dat Pleskow bij zijn eerdere reizen naar Brugge (1391, 1411) dezelfde route nam.

 

(Bronnen:

-‘Lübecks Handelsstrassen am Ende des Mittelalters’, Friedrich Bruns, in: Hansische Geschichtsblätter. Herausgegeben vom Verein für Hansische Geschichte, Band VIII – 1896, Leipzig 1897.

The German Hansa, Phillipe Dollinger, London/Basingstoke 1970. Engelse vertaling van het oorspronkelijke Franse boek van Dollinger La Hanse, 1964.)