Is dat nou wel zo? -›

Het boek van de historicus Diederik Lanoye, waarin een belangrijke episode uit het leven van Christina, namelijk haar verblijf in de Spaanse Nederlanden in 1654 en 1655, gedetailleerd uit de doeken wordt gedaan. Het was tijdens dat verblijf, dat zij zich - voorlopig nog in het geheim - tot het katholicisme bekeerde.
Het boek van de historicus Diederik Lanoye, waarin een belangrijke episode uit het leven van Christina, namelijk haar verblijf in de Spaanse Nederlanden in 1654 en 1655, gedetailleerd uit de doeken wordt gedaan. Het was tijdens dat verblijf, dat zij zich - voorlopig nog in het geheim - tot het katholicisme bekeerde.

Arriveerde Christina al op 4 augustus 1654 in Loveren?

Op de herdenkingskalender 2004 van de Heemkundekring Amalia van Solms van Baarle-Nassau/Baarle-Hertog staat dat Christina niet op 4 en 5 augustus maar op 11 en 12 augustus van dat jaar precies 350 jaar geleden te gast is geweest in Loveren, de pleisterplaats bij Baarle-Hertog. Een week later dus dan wij hier op goede gronden vermelden. Waar hebben ze dat vandaan?

 

Vooropgesteld: het is te danken aan deze zeer actieve heemkundekring, dat überhaupt nog iemand weet heeft van Christina’s logeerpartij in Loveren. En aan de zeer toegewijde pastoor Van Herdegom, die in de tijd van Christina alles wat in Baarle en omgeving gebeurde nauwgezet noteerde. Zijn notities, opgeslagen in het archief van het Bisdom Breda, vormen nog altijd een belangrijke bron voor streekhistorisch onderzoek. Aan J. van den Broek komt de eer toe die annalen in de jaren vijftig van de vorige eeuw grondig te hebben doorgespit. Zijn ‘Bijdragen tot de geschiedenis van Baerle’ is een soort bijbel geworden voor iedere Baarlese heemkundige.

Onduidelijkheid rond de datering van het bezoek van Christina aan deze contreien is de heemkundekring in ieder geval nauwelijks aan te rekenen, laat staan de pastoor. De oorzaak ligt in de tegenspraak van de bronnen. Ook deskundigen raken hierdoor soms de draad kwijt.

 

Tijdgenoot en vertrouweling van Christina, Gualdo Priorato, die in 1656 al een boek over haar schreef, goochelt met de datums.
Tijdgenoot en vertrouweling van Christina, Gualdo Priorato, die in 1656 al een boek over haar schreef, goochelt met de datums.

De Vlaamse historicus Diederik Lanoye, die een interessante studie heeft uitgevoerd naar de episode van Christina’s verblijf in de Spaande Nederlanden (1654/55), heeft zich ook in de datumkwestie verdiept. Een belangrijke bron uit Christina’s tijd, Gualdo Priorato, blijkt in zijn verslagen over de reis van Christina consequent circa een week achter te lopen op anderen. Door latere onderzoekers is hij veelvuldig geraadpleegd, waardoor zijn datering tot op de dag van vandaag in veel geschriften is terug te vinden. Lanoye heeft heel wat datums van uiteenlopende bronnen vergeleken en komt tot de conclusie, dat Priorato er met zijn afwijkende datums naast zit.

 

Juliaanse kalender

Er is wel een verklaring bij te bedenken. Veel gereformeerde streken van Noord-Europa weigerden de nieuwe tijdrekening van paus Gregorius van 1582 over te nemen. Ook de noordoostelijke provincies van de Nederlanden hielden vast aan de oude juliaanse kalender. Wie in 1654 vanuit Gelre en Utrecht voet zette op Hollands of Brabants grondgebied moest de kalender maar liefst tien dagen terugzetten om bij de tijd te blijven. Het is goed voorstelbaar, dat Christina dat niet in de gaten had en bij haar notities nog enige tijd volgens de juliaanse kalender is blijven doortellen. Priorato, die zich bij het schrijven van zijn Historia della Sacra Real Maestà di Christina  Alessandra Regina di Svetia voor een belangrijk deel baseerde op mededelingen en aantekeningen van Christina zelf, heeft die fout wellicht overgenomen.

Een daarmee samenhangende onduidelijkheid is dat deze vergissing telkens tien dagen verschil zou moeten opleveren, terwijl het feitelijke verschil bij Priorato telkens zeven dagen bedraagt. Dat zou dan weer verklaard kunnen worden uit de verwarring die hem parten speelde bij het passen van de datums op de dagen van de week.

 

Aan die andere tijdgenoot, Pastoor van Herdegom, is al deze verwarring voorbijgegaan. Hij geeft helemaal geen precieze datering, en houdt het bij ‘in de maent Augusti int jaer 1654’. De heemkundekring heeft bij het verslag van Van Herdegom alsnog de exacte datums berekend en heeft zich daarbij kennelijk gebaseerd op de datering van Priorato. Maar als Lanoye gelijk heeft – en het lijkt erop dat hij de kwestie serieus heeft bekeken – dan moeten we er toch van uitgaan dat Christina niet op 11 en 12 augustus 1654, maar een week eerder in Baarle  vertoefde.