1785-1802 -›

Voordat hier een gloeikousjesfabriek was gevestigd woonde Adriaan van der Willigen in dit (inmiddels verdwenen) huis aan zuidzijde van De Heuvel in Tilburg (Foto: Regionaal Archief Tilburg.)
Voordat hier een gloeikousjesfabriek was gevestigd woonde Adriaan van der Willigen in dit (inmiddels verdwenen) huis aan zuidzijde van De Heuvel in Tilburg (Foto: Regionaal Archief Tilburg.)

Adriaan van der Willigen (Nijmegen -› Antwerpen)

Marcheren met het battaillon beviel zeer wel
“De eerste dag marcheerde wij door Nijmegen tot Nederhasseld, een dorpje over De Graaf geleegen (zijnde ruim zes uuren gaans), alwaar wij bij de boeren wierden ingequartiert. Het was de eerste maal dat ik met het battaillon marcheerde, en het had mij zeer wel bevallen. Het volk zingd dan en is vrolijk. Ook worden de voornaamste avanturen die den een en ander in het laatste guarnisoen zooal gehad heeft, dan doorgaans aan den dag gebragt. De officieren worden dan zelfs niet gespaart. De volgende morgen vroegtijdig voeren wij over de Maas en vervolgde onze marsch door De Graaf tot ’s Hertogenbosch mede zes uuren.” Uit: ‘De levensloop van Adriaan van der Willigen (1766-1841)’.

Van marcherende Oranjeklant tot rondreizende Patriot

-› -› -› De jonge Rotterdammer Adriaan van der Willigen trad in 1785 als cadet in dienst van Oranje. Er moest orde op zaken worden gesteld tegen de opstand van de Patriotten.

In het voorjaar van 1786 kreeg zijn bataljon de order om van Arnhem, waar hij was gelegerd, naar ‘s-Hertogenbosch op trekken. ‘Zeer ongaerne’, verliet Adriaan met zijn lotgenoten Arnhem, waar hij een liefje achterliet. Maar, zoals uit bovenaangehaald verslag blijkt, vergat hij zijn liefdesverdriet snel en genoot van de wandeling.

Na een verlof in Rotterdam reisde hij zijn bataljon na dat nu in Grave was gelegerd. Hij leerde de stad, de burgerij, de kroegen en de meisjes van Grave en omgeving snel kennen, en schreef erover in zijn  dagboek. (Zijn vertellingen over het kroegleven van De Elft, even buiten Grave, staan op deze website vermeld bij Etappe 2 Grave – Heesch.)

Toch begon de dienst hem na enige tijd tegen te staan. Het gedrag van de prinsgezinde militairen, die bruut optraden tegen de bevolking begon hem te ergeren. Bovendien kreeg hij gaandeweg meer sympathie voor de vrijheidsdrang van de Patriotten.

Uiteindelijk ging hij daarom uit dienst om zich als ambteloos burger aanvankelijk in  Oss en in 1792 in Tilburg te vestigen, dat in  die tijd bekend stond om zijn tolerante klimaat ten opzichte van de Patriotten. Hij viel daar in goede aarde en werd in 1795 zelfs tot schepen en drossaard gekozen.

 

Van Tilburg uit maakte Van der Willigen talloze reizen, vooral door de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik (het huidige België en Luxemburg). Het Marikenpad was daarbij voor hem meestal geen optie. Zocht hij zuidelijke oorden op, dan ging het gewoonlijk met de postkoets via Breda en Wuustwezel naar Antwerpen; dat was in de 18e eeuw de gangbare verbinding tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden  geworden.

Als een ware toerist kon hij echter een enkele keer de bekoring van de binnendoorroute niet weerstaan. In 1792 op de terugreis uit het zuiden via Antwerpen, kozen hij en zijn reisgenoot Benay nu eens voor de route over Hoogstraten, waarvoor zij dan wel een rijtuig huurden. Blijkbaar was er geen toereikende postkoetsverbinding.

Het jaar daarop maakte Van der Willigen een lange reis naar Duitsland via Maastricht. Terug kwam hij via Kleef en Nijmegen, en vandaaruit ging het naar Tilburg over de oude route, ons Marikenpad, die – anders dan het westelijk deel – ten oosten van Tilburg een druk bereisde en betrouwbare verbinding was gebleven en zou blijven.