Dürer ontbeet niet in Brecht maar in De Horst

Eenmaal gelanceerd zijn sommige fouten bijna niet meer terug te draaien. Auteurs kunnen maar moeilijk de verleiding weerstaan om dubieuze bronnen klakkeloos over te nemen, vooral als men geen andere onderzoeksresultaten bij de hand heeft. Zo verspreiden misvattingen zich als inktvlekken.

 

De wijdverbreide opvatting dat Albrecht Dürer – een van de ‘roemruchte reizigers’ op het Marikenpad – in 1520 via Brecht naar Antwerpen reisde, is daar een voorbeeld van. Het is een almaar doorgekopieerde bizarre uitleg van enkele onbegrepen woorden in Dürers dagboek van zijn reis door de Nederlanden, die overduidelijk voortkomt uit een gebrek aan historisch-topografische kennis van de Belgische Kempen.

 

De aanduiding van Nederlandse en Vlaamse plaatsnamen in Dürers dagboek is opmerkelijk. Hij nam de spelling niet over van een landkaart of van wegwijzers, die waarschijnlijk geen rol speelden, maar gaf weer wat hij meende te horen. Antwerpen heette Antorff, Bommel heette Pommel, ‘s-Hertogenbosch heette Herzog Pusch of kortweg Pusch, Oosterwijk heette Östrich en Tilburg heette Tilwerg. Deze min of meer fonetische spelling van plaatsnamen is voer voor linguïsten. Zij kunnen de tanden stukbijten op bijvoorbeeld de vraag of de spelling Pusch erop wijst dat de B in het toenmalige Brabant scherper dan tegenwoordig werd uitgesproken, of dat in Dürers eigen Neurenbergse dialect de P juist zachter klonk.

 

In de diverse uitgaven van het dagboek wordt verschillend met de aanduiding van plaatsnamen omgesprongen. Zo worden in de negentiende-eeuwse Duitse editie van Friedrich Leitschuh, die dicht bij de oorspronkelijke tekst blijft, de namen weergegeven zoals Dürer ze opschreef; in noten wordt vervolgens een vertaling naar de eigentijdse schrijfwijze gegeven.

In anderstalige uitgaven van het dagboek wordt doorgaans afgezien van de oorspronkelijke spelling van Dürer; men gebruikt de eigentijdse plaatsnamen. Dat lijkt een eenvoudige oplossing, maar toch kan het fout gaan.

 

Over het traject Baarle-Antwerpen lezen we in de oorspronkelijke tekst: ‘Darnach kamen wir gen Barell, lagen übernacht und verzehrt do 5 stüber. Und die gesellen wurden mit dem wirth uneins, und wir fuhren bey der nacht bis gen Hochstrat, do sassen wir zwo stund und fuhren darnach gen Harscht für S. Leohnhartkirchen, do assen wir zu morgens und verzehrt jjjj stüber.’ Leitschuh vertaalde de plaatsnamen in deze passage keurig op één na: Harscht. Ook hij wist in zijn Duitse editie van 1884 al geen raad met deze aanduiding. 

In een franstalige editie van J.A. Goris en Georges Marlier uit 1937 ontspoort het pas echt goed. De vertaling luidt nu: ‘Nous y restâmes deux heures et nous alâmes par Brecht à Saint Léonard.’ Hoewel de uitgave rijk is voorzien van kanttekeningen, stappen de auteurs zonder uitleg over deze merkwaardige interpretatie heen. En het kan niet uitblijven: andere uitgaven nemen het – eveneens zonder bronvermelding – over. In de Nederlandse editie door P.T.A. Swillens van 1942 wordt Harscht als enige plaatsnaam onvertaald weergegeven. In een voetnoot houdt Swillens nog wel een slag om de arm, maar hij papegaait na: ‘Een dorp van dien naam is onbekend. Wellicht is Brecht bedoeld.’

 

Aangezien het dagboek een belangrijke bron is bij de reconstructie van de oude route tussen ‘s-Hertogenbosch en Antwerpen, duikt Brecht sindsdien ook van tijd tot tijd op in heemkundige teksten die gaan over de historische route ‘van Hoogstraten via Brecht naar Antwerpen’. Maar het raakt kant noch wal. Afgezien van het gebrek aan enige naamsverwantschap tussen ‘Harscht’ en ‘Brecht’ blijkt de uitleg ook absurd voor wie de kaart bestudeert. Ben je vanuit Hoogstraten op weg naar Antwerpen in Sint Lenaarts aangekomen, dan heeft het geen enkele zin om eerst rechtsaf te slaan naar Brecht, terwijl er sinds mensenheugenis via De Locht een nagenoeg rechte weg, de Tilburgbaan, richting Schoten, Merksem en Antwerpen loopt.

 

Bedevaartsvaantje van De Horst.

De voetnoot van Swillens getuigt dan ook van gebrek aan elementaire topografische kennis van de regio. Een dorp van de naam Harscht is wel degelijk bekend, al was het in 1942 een onopvallend gehucht nabij Schoten. Het heet

tegenwoordige Horst. Op oude kaarten vinden we de namen Hoorst, Den Horst, Op den Horst en Op ’t Horsten.

Aan het ooit vermaarde bedevaartsoord herinneren nu alleen de Mariakapel uit 1436 en een straatnaam. Eeuwenlang was de Mariakapel een trekpleister voor bedevaartgangers die er dankzij een pauselijke bul op de feestdag van Onze lieve Vrouw Geboorte (8 september) en gedurende het aansluitende octaaf aflaten hoopten te verdienen. Maar ook door het jaar heen was De Horst een drukke pleisterplaats, waarmee niet alleen de kapelaan maar ook twee herbergen annex brouwerij/bordeel de kost verdienden.

 

Over de herkomst van de foute uitleg hebben we intussen een vermoeden. Waarschijnlijk was de Mechelse letterkundige Robert Foncke verantwoordelijk voor het maken van de inktvlek, die vervolgens door anderen werd uitgewreven. Hij besteedde in 1931 in het tijdschrift van de Vlaamse Toponymische Vereeniging aandacht aan de Nederlandse en Vlaamse plaatsnamen in het dagboek van Dürer. Bij Harscht schrijft hij: ‘Waarschijnlijk een vergissing voor Brecht, daar de ganse vermelding luidt: gen Harscht fur S. Leohnhartskirchen, i.e. naar Harscht langs de St. Lenaartskerk voorbij.’

Of Foncke echt de aanstichter van de verwarring is weten we niet helemaal zeker, want misschien kopieerde ook hij andermans fouten zonder bronvermelding.

13 november 2017
marikenpad2
Uncategorized

2 ideeën over “Dürer ontbeet niet in Brecht maar in De Horst

  1. Hartelijk dank voor deze belangrijke informatie. Graag wil ik een kopie van het origineel handschrift zien, want anders kopieer ik ook zonder de bronnen bestudeerd te hebben.
    Ik schrijf momenteel een pelgrimsboek en ik vermeld graag jullie Marikenpad.
    De weg via den Horst is logisch want de handelswegen van Antwerpen naar het noorden liepen via Schoten, met de Tilburgse weg. Zie ook: Friedrich Bruns en Hugo Weczerka, Hansische Handelsstrassen, Köln, 1967, p. 487 “… kommenden Strasse über Schoten und Merxem auf Antwerpen fort.”.
    Wie is jullie aanspreekpunt. Persoonlijk contact kan nuttig zijn.
    Hugo Lambrechts
    Historicus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *